Inloggen

Wettelijke erkenning

 

Wettelijke erkenning voor het beroep maatschappelijk werk


De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers/NVMW en het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers/BAMw roepen op werk te maken van een wettelijke kadering van het beroep maatschappelijk werker en de beroepsvarianten daarbinnen. Wij pleiten ervoor de wettelijke kadering te realiseren door het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers wettelijk te kaderen.

Nog altijd is het beroep maatschappelijk werker niet beschermd. Iedereen die wil mag dit beroep uitoefenen. Wettelijke kadering is nodig om de kwaliteit en het beroepsethisch handelen te garanderen. Het maatschappelijk belang van het beroep en de functies/beroepsvarianten waar dit beroep toegang toe biedt, de aard van de relatie tussen cliënt en maatschappelijk werker, de verantwoordelijk en aansprakelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaren geven hiervan het belang aan. Daarnaast is wettelijke kadering van belang voor de concurrentiepositie.

Wij roepen de Tweede Kamer op dit vraagstuk voortvarend op te pakken zodat wettelijke kadering nog in deze kabinetsperiode kan worden gerealiseerd. Al eerder is hier door de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers toe opgeroepen. In 2003 is een onderbouwd verzoek ingediend bij het ministerie van VWS door het CONO. In 2007 bracht de beroepsvereniging dit onder de aandacht van politici van het CDA, de SP, de VVD en de PvdA. Hoewel het feit dat het beroep maatschappelijk werker niet wettelijk was gekaderd tot verbazing en verwondering leidde bij de politici, heeft dit niet tot de noodzakelijke discussie in de Tweede Kamer geleid. Nu echter naast andere steekhoudende redenen sprake is van verantwoordelijk- en aansprakelijkheid van de individuele beroepsbeoefenaren, kan de Tweede Kamer zich niet langer aan zijn verantwoordelijkheid ontrekken.

Vijf goede redenen voor wettelijke kadering van het beroep maatschappelijk werk


1. Kwaliteit

Wettelijke kadering van het beroep maatschappelijk werker is nodig om de kwaliteit en het beroepsethisch handelen te garanderen. Het handelen van de maatschappelijk werker is in grote mate bepalend voor het effect van begeleidings- en behandelingstrajecten. Cliënten hebben recht op professionele begeleiding van maatschappelijk werkers. Beroepsbeoefenaren kunnen en horen daarvoor verantwoording te dragen.

De beroepsethische code en het beroepsprofiel van de maatschappelijk werker geven kaders waaraan het handelen van maatschappelijk werkers kan worden getoetst. Dat gebeurt door middel van het verenigingstuchtrecht. Dit tuchtrecht is echter niet wettelijk gekaderd en leidt daarmee ten hoogste tot schorsing uit de beroepsvereniging (royement) of het kwaliteitsregister (verwijdering). Het beroep mag dan nog steeds uitgeoefend worden. Zo’n 30 % van de maatschappelijk werkers heeft zich op vrijwillige basis geschaard onder het tuchtrecht.

Daarnaast bestaat de mogelijkheid om verantwoording af te leggen binnen het professionaliseringstraject van de maatschappelijk werker: na het behalen van het basisniveau investeren de geregistreerde maatschappelijk werkers blijvend in scholing, reflectie en beroepsontwikkeling. Bovendien vallen geregistreerden onder de werkingssfeer van de beroepsethische code, het beroepsprofiel en het tuchtrecht. Op dit moment is slechts 12% is toetsbaar op investering in eigen professionalisering middels registratie in het beroepsregister. Idealiter zou de sector (branche- en beroepsorganisaties) zelf zorg moeten dragen voor de kwaliteitsborging van het beroep maatschappelijk werker. In de afgelopen jaren is dat ook de inzet geweest. Het ministerie van Defensie verplicht haar bedrijfsmaatschappelijk werkers zich te laten registreren in het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers. Ook de ministeries van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, van Justitie, van Verkeer en Waterstaat laten hun maatschappelijk werkers registreren. De overheid (h)erkent hoe belangrijk beroepsregistratie en permanente educatie is voor maatschappelijk werkers.

Zowel in het kader van de professionalisering van de jeugdzorg als in het kader van de Wmo heeft hetkabinet respectievelijk bij monde van minister Rouvoet en staatssecretaris Bussemaker aangegeven dat beroepsregistratie belangrijk is. Helaas zijn veel andere werkgevers net als werknemers vooral bezorgd over de financiële consequenties van een (niet) wettelijke registratie. De kwaliteit van de professionele beroepsuitoefening is belangrijk, maar investeren daarin is jammer genoeg niet vanzelfsprekend voor iedereen.

De huidige vrijwilligheid en vrijblijvendheid zijn uiteindelijk niet in overeenstemming met het maatschappelijk belang van het beroep. Wettelijke kadering van het beroep maatschappelijk werker door wettelijke inbedding van een kwaliteitsregister voor het beroep garandeert de kwaliteit voor langere tijd en maakt het onafhankelijk van het economisch tij.

Mogelijkheden voor kadering
De BIG

De doelstelling van de wet BIG is de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken. In de wet BIG staat het begrip individuele gezondheidszorg centraal. Individuele gezondheidszorg betreft alle zorg gericht op een persoon met het doel diens gezondheid te bevorderen of te bewaken. Daarmee heeft de wet ook betrekking op het maatschappelijk werk. Artikel 14 biedt de mogelijkheid tot het kaderen van bestaande kwaliteitsregisters. Daarnaast is het mogelijk daarbinnen specialismen te definiëren en te erkennen zoals bijvoorbeeld medisch maatschappelijk werk, jeugd maatschappelijk werk.

AMvB

Een aantal Paramadische beroepen is via een Algemene Maatregel van Bestuur gekaderd. In de AMvB wordt voor deze beroepen het deskundigheidsgebied omschreven en de opleiding geregeld. De beroepsorganisaties kunnen voor deze beroepen een beroepsregister inrichten.

HKZ

De HKZ handelt primair over de organisaties en gaat niet inhoudelijk in op de kwaliteit van de werkzame professionals binnen deze organisaties. Beroepsregistratie maakt onderdeel uit van steeds meer kwalificatieschema’s. In praktijk betekent dit dat voor organisaties met personeel dat niet geregistreerd is in een kwaliteitsregister toch een HKZ-certificering mogelijk is. Er wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of aan de criteria wordt voldaan. Daarnaast blijkt dat in de praktijk de beroepsregistratie wordt beperkt tot de wet BIG en niet aan niet wettelijk gekaderde kwaliteitsregisters. Kwaliteitswet zorg

De Kwaliteitswet heeft als object van regeling instellingen die zorg verlenen en stelt eisen aan personen die instellingen in stand houden dan wel gezamenlijk een instelling vormen. Het beroep maatschappelijk werker zou ook onder deze zorgwet kunnen worden gebracht.

2. Maatschappelijk belang

De mens is een sociaal wezen. Als je als mens niet functioneert in deze samenleving heb je een probleem, of word je als probleemgeval beschouwd. De maatschappelijk werker is de specialist om in dit soort situaties hulp te bieden en de cliënt weer als burger tot zijn recht te laten komen. Hij verleent individuele en systeemgerichte begeleiding gericht op het versterken van de cliënt en zijn omgeving.

Kern van en specifiek aan het beroep van maatschappelijk werker is dat het is gericht op het aanspreken van de gezonde kanten en het steunsysteem. De kracht en de mogelijkheden van cliënten staan centraal. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Niet voor niets is maatschappelijk werker een beroep.

Het beroep maatschappelijk werker biedt toegang tot verschillende publieke functies cq. beroepsvarianten. Maatschappelijk werkers werken niet alleen in het algemeen maatschappelijk werk, waaronder de eerstelijns-ggz, maar ook in de jeugdzorg en – hulpverlening (jeugdmaatschappelijk werk, schoolmaatschappelijk werk, gezinsvoogden, raad voor de kinderbescherming, AMK medewerkers), in de reclassering en de zorg (waaronder ziekenhuismaatschappelijk werk,verpleeghuismaatschappelijk werk, maatschappelijke opvang en de ggz). Sommige maatschappelijk werkers voeren hun functie uit in gedwongen kader, anderen in vrijwillig kader. Daarnaast werken maatschappelijk werkers in de zakelijke dienstverlening: de bedrijfsmaatschappelijk werkers. De samenleving hecht veel belang aan het werk van de maatschappelijk werker. Zeker dit kabinet doet een groot beroep op deze sociale professionals. En terecht! Maatschappelijk werkers worden aangesproken op het voorkomen van (jeugd)overlast, van (kinder) mishandeling en sociale uitsluiting.

Als maatschappelijk werkers hun werk niet professioneel verrichten kan dat grote schade berokkenen aan de cliënt of zijn of haar omgeving. Zie hiervoor de cases Savanna (jeugdzorg) en Jesse Dingemans (reclassering). Dat zijn twee voorbeelden van zaken die de krant hebben gehaald en waarbij doden zijn gevallen. Er zijn meer voorbeelden, gelukkig niet allen met dodelijke afloop, maar wel met ingrijpende en blijvende gevolgen voor cliënten en hun omgeving.

3. Relatie cliënt en hulpverlener

De relatie tussen cliënt en maatschappelijk werker is een vertrouwelijke, waarbij de cliënt zich in een relatief kwetsbare positie bevindt. Daar waar het beroep maatschappelijk werk wordt uitgeoefend in gedwongen kader is bovendien sprake van afhankelijkheid van de cliënt ten opzichte van zijnhulpverlener. Dit waren indertijd belangrijke argumenten voor opname van een beroep in de wet BIG en zouden dat ook nu nog moeten zijn. Daarnaast kom het steeds vaker voor dat sprake is van ingrijpen in de privé-sfeer van burgers. Dit onder de noemer van bemoeizorg en outreachende vormen van hulpverlening. Bij het betreden van de persoonlijke levenssfeer door maatschappelijk werkers zijn garanties voor kwaliteit en toetsing daarvan van groot belang. De cliënten bevinden zich in een kwetsbare positie.

4. Verantwoordelijk- en aansprakelijkheid

De huidige maatschappij stelt individuele professionals verantwoordelijk voor het mislopen van begeleidings- en behandelingstrajecten zoals blijkt uit de eerder genoemde zaak tegen de gezinsvoogd van Savanna en de zaak die heeft gespeeld binnen Reclassering Nederland, waar drie medewerkers geschorst werden vanwege fouten die zijn gemaakt bij het toezicht op Julien C., de verdachte van de moord op Jesse Dingemans.

Bij de verantwoordelijkheid die hoort bij het beroep maatschappelijk werker, hoort dat verantwoording moet worden afgelegd. De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers en het Beroepsregister van Agogisch en Maatschappelijk werkers zijn hier nadrukkelijk voor. Dat blijkt ook uit de investering die zij hebben gedaan in het ontwikkelen van een beroepsprofiel, beroepscode en tuchtrecht.

Het verenigingstuchtrecht dat geldt voor geregistreerden en leden van de NVMW biedt daarvoor een goed kader maar is nog te vrijblijvend. Het realiseren van een wettelijk kader zorgt ervoor dat de willekeur en vrijblijvendheid verdwijnen. Een wettelijk kader faciliteert de maatschappelijk werker evenzeer als het hem dwingt om zijn beroepsverantwoordelijkheid te nemen.

5. Concurrentiepositie en kansenongelijkheid

Sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, school- en wijkverpleegkundigen en eerstelijns psychologen voeren taken uit waarvoor zij niet en maatschappelijk werkers wel zijn opgeleid. Maatschappelijk werkers komen voor sommige functies minder snel in aanmerking dan beroepsbeoefenaren wier beroep wettelijk gekaderd is. De beroepsvereniging ontvangt signalen van maatschappelijk werkers en werkgevers dat bij de Centra voor Jeugd en Gezin in oprichting (school)verpleegkundigen zich aanbieden voor de taken die behoren tot de kerntaken van de (school)maatschappelijk werker; namelijk individuele systeemgerichte begeleiding / behandeling. Verpleegkundigen zijn wettelijk erkend en dit blijkt in de praktijk hun positie te versterken.

Een zelfde discussie speelt rondom de nieuwe functie van POH -GGZ waar de wettelijk erkende sociaal psychiatrisch verpleegkundige en de maatschappelijk werker in praktijk beide geschikt zijn voor de uitoefening van de functie. De beroepsvereniging ontvangt signalen dat maatschappelijk werkers om reden van het ontbreken van een BIG-registratie in praktijk minder kans maken.

BIG-geregistreerde beroepen hebben verder het voordeel dat zij in de CAO een plek hebben. Er ontstaat rechtsongelijkheid, omdat beroepsregistratie en scholing voor beroepen die in het kader van de BIG gekaderd zijn wel worden bekostigd, terwijl dat voor niet in de BIG of andere wettelijke kaders opgenomen beroepen niet het geval is. Herhaaldelijk is dit onder de aandacht gebracht van de CAOonderhandelaars, maar tevergeefs. Vrijblijvendheid leidt niet tot vooruitgang op dit punt.

Meedenken

Vijf redenen om het beroep maatschappelijk werker wettelijk te kaderen. De Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW) en het Beroepsregister voor Agogisch en Maatschappelijk werkers (BAMw) roepen het kabinet op het vraagstuk van de wettelijke erkenning voortvarend op te pakken en bieden daarbij aan actief mee te denken over de mogelijkheden en randvoorwaarden wanneer daar behoefte aan is.

Discussie wettelijke erkenning en beroepsregistratie

In 2008 zijn de voorbereidingen getroffen voor een discussie over wettelijke erkenning en beroepsregistratie in de Jeugdzorg. In opdracht van de NVMW en op basis van gesprekken met verschillende actoren is een discussiestuk gemaakt dat de basis vormt voor gedachtevorming van de bij het actieplan betrokken deelnemers. Dit zijn beroepsverenigingen, werkgevers, belangenorganisaties van jeugdzorgwerkers en cliënten en ministeries. In oktober is namens de stuurgroep een brief naar minister Rouvoet gegaan waarin de stuurgroep oproept tot wettelijke erkenning en verplichte registratie. Minister Rouvoet heeft hierop positief gereageerd.De verdere uitwerking van de wettelijke erkenning en verplichte registratie valt formeel buiten het acieplan, maar de NVMW en de stuurgroep zetten zich er actief voor in dat dit toch wordt gerealiseerd.

Goede jeugdzorg

Kinderen, jongeren en opvoeders moeten kunnen rekenen op deskundige en kwalitatief hoogwaardige jeugdzorg. Aan de hulpverlening wordt zware verantwoordelijkheid toegekend. De NVMW is dan ook groot pleitbezorger van wettelijke erkenning en het stellen van kwaliteitseisen aan maatschappelijk werkers in het algemeen en jeugdzorgwerkers in het bijzonder. Beroepsregistratie, bij- en nascholing, het opstellen van beroepsnormen en een tuchtrecht dragen hieraan positief bij. De professionals worden aangesproken op het nemen van professionele verantwoordelijkheid. De NVMW juicht het besluit van minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin om inschrijving in het beroepsregister van jeugdzorgwerkers wettelijk te regelen zeer toe.